[Verse] Raadhuis aan de Coolsingel, statig en fijn, Gebouwd in de jaren twintig, architectenlijn. Paleis van burgemeesters, vol historie kwijt, Bommen vielen ernaast, maar het bleef in één strijd. [Verse 2] Stormvogel kids, met onze kennis paraat, Schats Noord represent, dit is onze straat. Binnenin kunst en marmer, elk detail zo strak, Standbeeld van Zadkine, aanvulling voor het vak. [Chorus] Het hart van Rotterdam, in elke steen en muur, Hier vieren we momenten, als een veilige schuur. Bouw dat blijft staan, in de wind en de kracht, Stadhuis voor altijd, in Rotterdams nacht. [Verse 3] Feestzaal vol verhalen, glazen rozet, Wapenschilden in de hal, vergeten we niet. Keramiek en marmer, overal kunstgezicht, Zaal van de Raad, waar de stad spreekt recht. [Bridge] Binnenhof met fontein, waar water sprankelt zacht, Symbolen van een stad, dit gebouw dat lacht. Kinderen van Stormvogel, een ode brengen wij, Aan ons stadhuis van Rotterdam, rechtop in de rij. [Chorus] Het hart van Rotterdam, in elke steen en muur, Hier vieren we momenten, als een veilige schuur. Bouw dat blijft staan, in de wind en de kracht, Stadhuis voor altijd, in Rotterdams nacht.


