
♡ Verslonden Vervinden x Liefdesbrief 💌 met Einde (Mashup)
Ik ben op de bodem geland, al verzonken Wat is een amateur, wat is professioneel Ik stond ooit scherp, ambitieus, op dat toneel Een volksarts zonder jas, men noemt mij Tas Geen zorg, geen trouw genoeg, want onderaan was te rauw Nu loop ik langs deuren die openen en sluiten Ramen vol levens, iedereen in z’n eigen ruiten We staan in een rij, een maatschappelijke lijn Wie hoort erbij, wie valt eruit – het zal wel zo zijn De één met een kind, de ander met pijn die niet overgaat Darmen, rokerslongen, lichamen die vragen om raad Honger naar rust, verslavingen stil Netjes onder de kust, zolang niemand iets wil Vertrouw, maar Mevrouw kan ik niet noemen, neem ik aan Ze framen en vervreemden dood in mijn bestaan Systemen negeren, vermijden of proberen te doorgronden Wat ik zelf niet meer begrijp, in woorden. Akkoorden. Iedere ruit een waarheid, iedereen wacht In diezelfde lijn, dag na dag, nacht na nacht Vrienden in dit schrijven, machteloos gebleven Ze weten niet – met mij, met God – wat te doen Tussen waarheid en privé, verloren in de stroom Mijn dromen We hebben al lang gekozen, diep vanbinnen Maar ons hoofd is overgoten, weet niet hoe te winnen Te puur gegoten, te strak van vorm Terwijl het hart al klopt, dwars door de norm Ik weet dat ik me verloor onderweg Maar ook dat hier iets blijft, zonder recht of pech Niet schoon, niet af, niet netjes gepast Maar levend, ademend, met modder en last Ik ben een liefdesbrief met een einde En ik ben niet waar ik wou blijven Op de bodem, nooit gewoon Maar recht, rechtvaardigheid zonder loon Wat is een amateur, wat is professioneel Ik stond ooit scherp, ambitieus, op dat toneel Ik ben een liefdesbrief met een einde en ik ben niet waar ik wou blijven Nu loop ik langs deuren die openen en sluiten Ramen vol levens, iedereen in z’n eigen ruiten Op de bodem, nooit gewoon maar recht, rechtvaardigheid zonder loon En dat wat ik zoek — beloond met veiligheid legt U weer op mijn schoot We staan in een rij, een maatschappelijke lijn Wie hoort erbij, wie valt eruit – het zal wel zo zijn Hoe verwoord ik de onderlaag die elk begrip verzwijgt Boven alles uit — leegte die mij stijgt Waar ze omarmde, ik hogerop verwarmde Maar verarmde, viel naar onderaan Door rijkdom van verlies, mijn leven op de bodem Daar leerde ik staan – wat ik nu kies Ik sta naast jou, schouder aan schouder De kleinen, de stillen, de rauwen, de ouder De gedeukten, geneukten, genaaiden, genaaid De handen vol daden, de woorden te laat Geloof en betoog, monologen, dialogen Besturen en vieren, het lijden gedragen En het wordt nooit gewoon, want hier doen mensen mee Maar in die pech toont U recht, Uw toon, Uw stem, Uw vrede Geen Rem meer op Mijn Thuis Niet beneden, bovenkant, zonder ruis Ik kijk omhoog naar het Kruis dat zelf naar beneden kwam Op mijn schouders rust het dan --- Ik lees met links, ik schrijf met rechts Blind en verslonden — beleid Ik weet niet meer waar het terug wordt gevonden Wie ziet het hier nou mis? Het Kruis komt pas als we het durven zien Did I do that misschien? Not a spotlight, not religion Lost her, and she is already dead I already said too much En toch – dat was dom, niet knap. Maar stom Who stays with me? Kom, come Welke vriendschap pikt dit einde mee? I give you some Not for granted though… Dank U voor deze tekst, Vader God — en zo --- [CLIMAX] Ik ben een liefdesbrief met een einde en ik ben niet waar ik wou blijven Op de bodem, nooit gewoon maar recht, rechtvaardigheid zonder loon Wat is een amateur, wat is professioneel Ramen vol levens, iedereen in z’n eigen ruiten Ieder huis draagt een kruis, niemand is leeg Ik kijk omhoog naar het Kruis, dat zelf naar beneden kwam En dat wat ik zoek — beloond met veiligheid legt U weer op wat past, in mijn jas. Mijn naam is Tas Ik draag maar wat liefde, slagen in tassen en zo Ik leer, ik leer — schrijf liefdesbrieven keer op keer --- We staan in een rij, een maatschappelijke lijn maar stiekem te snel, voorbij wat we zijn Zonder strijd. ,Zonder schaamte. Zonder verweer NO trauma self-image dor dit keer Ik ben op de bodem geland, al verzonken En toch – ik lees met links, ik schrijf met rechts Blind en verslonden — beleid Maar recht, rechtvaardigheid zonder loon… Leg ik het bijna neer.

