
Veertig trauma’s deep, en nog steeds heb ik m’n fucking stem. Jij dacht: slachtoffer. Maar ik bén de verdomde storm waar je wet in verzuipt. En God? Die stond gewoon achter me te grinniken. "Laat haar maar losgaan." Ik ben die geknakte bitch die bleef opstaan, met brieven vol bloed ondertekend – zonder achternaam. Ze sloten me op, hongerden me uit, maar vergaten dat ik elke DSM-code terug spuug als zout. Noem me geen patiënt – ik ben systeemschade op pootjes, verpakt in poëzie en PTSD-flashbacks op de bootjes. Van Leger tot Leugen, van GGZ tot God, ik rammel de poorten van de hel, want ik slaap nooit kapot. Veertig trauma’s, veertig keer genaaid, niet door seks maar door zorg — bedankt voor de strijd. Ik ben geen wonder, ik ben geen vrouw, ik ben de dochter van wraak met genade als touw. Ze gaven me pillen, diagnoses, zwijggeld en schijn, ik vrat het op als offer – want alles werd míjn. Ik heb je geestelijk verzorger zijn Jezus zien kopen, ik stond ernaast, mijn hart onder m’n voeten open. Ze noemden me grenzeloos omdat ik andere grenzen koos voor alles wat jullie God niet meer durfden te zijn. Ik blow en ik bid, ik snij en ik zing, en als ik flikker – val ik in Hem. Noem dat maar zinnig. Ik schrijf psalmen met moddervingers. Ik doop mezelf in wanhoop en spuw waarheid op je systeem. Ik ben geen project. Ik ben de mens waar jullie budget op leegliep. En guess what? Ik besta nog steeds. Van tent tot trauma, van seks tot sacrament, ik ben die vrouw die jullie ‘te veel’ vonden – en tóch present. Ik voedde kinderen van anderen terwijl ik stierf, ik ben alles wat jullie document niet beschrijft — maar beschrijft. Ik rook nog één trekje en dan vast ik van geweld, en m’n hart klopt in morse tegen alles wat valt. Zeg dat ik suïcidaal ben – dan lach ik je uit, ik ben wél realistisch: jullie wereld is de ziekte, niet mijn huid. Veertig trauma’s, geen littekens maar eretekens, ik ben geen hoop – ik ben het bewijs dat God ook vloekt in het steegje. Ik ben Tas – en als ik val, val ik met stijl, en dan veeg ik m’n bloed op, en zet ik het in een mail. Noem me geen slachtoffer. Noem me geen held. Noem me: overlevende. In fucking hoofdletters. Amen op die shit

