Song Cover Image

Joost van den Vondel - Klachten de poeets

Wat ramp, wat ongeluk plaagt nog mijn grijze haren! Wat schande moet mij nog, eilacy! wedervaren! Wat droefheid, wat verdriet, wat leed komt mij nog aan, In dees mijn wintertijd, die haast zou zijn gedaan! Wanneer ik overdenk èn ’tgeen ik was vóór dezen, En wat ik, tot mijn smaad, moet tegenwoordig wezen; Wanneer ik mij bezie in dees mijn hoogste nood, Mijn lijden is te zwaar, mijn ongeluk te groot. Maar doch, indien mij ’t leed, indien de hoge stromen Van zo veel lijdens mij zal moeten overkomen, Ik lijd ze, zo ik kan, ik wacht ze met geduld, Ik voeg mij na de tijd, hoe ’t ongeval ook brult. Maar gij, Mary! en gij, o rei der Heil’ge Maagden! Die ’t al, èn lijf èn goed, ook voor de Godsdienst waagden, Ai, ziet mij gunstig aan, hebt achting op mijn druk Hebt meelij met mijn lot, en dit mijn ongeluk! U heb ik toevertrouwd, U heb ik, al mijn dagen, Nadat ik ben verlicht, mijn liefde toegedragen; ’k Heb U mij toegewijd, en U ik mij nog geef Ai, maakt weer (want gij kunt), dat ’k eeuwig met U leef!