
Hand in Hand langs de Oude Gracht
[Couplet 1 – 0:00–0:55] In het centrum van de stad Utrecht, tussen boeken en beton, Twee passen naar dezelfde balie, dit is hoe het begon. Studentenkaarten in hun hand, een ongeduldig rijtje mensen, Geen idee dat hier het lot voorzichtig hun veel goeds zou wensen Geen regen in slow motion, geen muziek te horen. Alleen twee jonge harten — ze waren voor elkaar geboren. Anne keek en Mira lachte, iets te lang, iets te zacht, Alsof er in die stilte al een nieuwe wereld wacht. [Pre-Chorus – 0:55–1:20] Ze noemden het vriendschap, Dat klonk veilig en klein. Maar elke blik zei harder: Dit mag geen leugen zijn. Thuis klonk steeds dezelfde zin: “Later als je een leuke man vindt…” Alsof liefde maar één richting was voor elk kind. [Refrein – 1:20–1:50] Langs de gracht, terwijl er niemand keek, Waar liefde nog eerst voorzichtig leek, Vond Anne haar thuis in Mira’s hand. Tegen de stroom in, het was een hechte band. Wat fluisterend begon bleef niet meer zo klein, Het was geen fase, het was geen schijn — Jj en ik, verlangden er naar om bij elkaar te zijn. [Couplet 2 – 1:50–2:25] Op een bankje in het park, het leven verliep zo traag. “Een jongen vroeg me mee,” zei Mira met een blik omlaag. “Gaat het?” vroeg Anne, iets te vlak, Hun schouders raakten elkaar aan en ze zei "ik voel mij niet op mijn gemak". “Dit is verkeerd” dacht Anne en "dit is apart" “Dit is precies goed,” zei haar hart. Toen Mira’s hand de hare vond, Begon ze te blozen en gaf ze haar een kus op de mond [Refrein – 2:25–2:55] Langs de gracht, terwijl er niemand keek, Waar liefde nog eerst voorzichtig leek, Vond Anne haar thuis in Mira’s hand. Tegen de stroom in, het was een hechte band. Wat fluisterend begon bleef niet meer zo klein, Het was geen fase, het was geen schijn — Jj en ik, verlangden er naar om bij elkaar te zijn. [Couplet 3 – 2:55–3:25] Ze spraken af waar niemand kwam, Hand in hand en als er iemand keek waren ze in vuur en vlam Niet trots dat ze moesten liegen, Maar bang voor de waarheid bleven ze bedriegen. Bang om ouders pijn te doen, Want liefde was daar nooit verkeerd, Maar wel in één vorm aangeleerd. [Bridge – 3:25–4:05] Tot op die ene avond, het was niet langer onvermijdbaar Een leptop open, een bericht dat staat: “Ik mis je nu al 💛” Anne vertelde het met bevende stem, haar moeder huilde, ze maakte voor haar moeder een val. Ze hielden afstand, maar konden niet zonder elkaar. [Refrein (groeiend) – 4:05–4:40] Langs de gracht, terwijl er niemand keek, Waar liefde nog eerst voorzichtig leek, Vond Anne haar thuis in Mira’s hand. Tegen de stroom in, het was een hechte band. Wat fluisterend begon bleef niet meer zo klein, Het was geen fase, het was geen schijn — Jj en ik, verlangden er naar om bij elkaar te zijn. [Couplet 4 – Het Aanzoek – 4:40–5:15] Negen jaren na die eerste dag, Stonden ze stil bij de eerste hartslag. “Ik wil nooit doen alsof jij tijdelijk bent,” Zei Mira hard, dat was ongekend. Een kleine ring, geen groot publiek, Alleen hun stad als getuige van hun liefdesmuziek. Anne zei ja nog voordat ze het wist, Alsof haar hart al jaren wachten tot het nu echt was beslist. [Outro]

