Best raadslid, luistert u wel echt naar mij? Ik sta hier niet voor macht of geld, alleen voor adem — voor ons allebei. Kunt u me zeggen hoe het voelt als lucht je langzaam zieker maakt? Als je ’s nachts wakker schrikt van hoest omdat de straat weer vol rook staat? Best raadslid, zou u dit normaal vinden als het uw kind was dat niet speelt, omdat de lucht te vies is buiten? Zou u dan ook zeggen: “Stoken moet gewoon kunnen”, of zou u dan opeens begrijpen dat dit geen keuze is voor ons? Want dit gaat niet om gezelligheid, niet om traditie of bezit. Het gaat om longen, harten, hersens, om schade die je niet ziet — maar dit: Astma bij een kind van zes, een hart dat plotseling stil blijft staan. Een beroerte hier een straat verder, een baby die te vroeg ter wereld kwam. Best raadslid, wie beschermt ons als u het niet doet? Artsen waarschuwen, cijfers liegen niet, maar u noemt het “schoon” of “niet te doen”. U zegt: “We moeten iedereen horen”, maar wie hoort de stille pijn? Wie hoort de mensen die niet schreeuwen, maar elke dag benauwd zijn? Dit is geen aanval op een stoker, dit is een grens die wordt overschreden. Want vrijheid stopt waar andermans longen dag na dag door rook worden doordrongen. Best raadslid, kijkt u ons eens echt aan en zegt u eerlijk, zonder omweg: zou u dit zo ook laten bestaan als u hier zelf moest wonen? Ik vraag geen wonder, geen perfect beleid, alleen dat u kiest voor wat echt telt: voor schone lucht, voor leven, voor gezondheid, voor mensen — niet voor rook en pret. Best raadslid, dit is geen zeuren, dit is nood. En later vraagt men niet wat gezellig was, maar wie bescherming bood.