[Verse 1] Mijn moeder speelt toneel met passie en plezier, Een amateur op het podium, elke avond weer. Haar medespeelster, zo fit, honderd jaar, Haar rol als grootmoeder, ze speelt het wonderbaar. (Chorus) Met een lach en een traan, ze brengen het verhaal, Op het podium leven ze, in hun eigen taal. Een vrouw van honderd zo vol van leven nog, Speelt een oude vrouw van tachtig, met gebogen rug en stok. [Verse 2] De eerste repetitie, ze komt het podium op, Met een wandelstok en een rug die buigt, ze zet de toonstop. „Wat doe je?” vraagt mijn moeder, verbaasd en vol van zin, „Ik speel een hele oude vrouw, zo loop ik naar mijn rol toe binnenin.” [Bridge] Het leven is een theater, een spel van elke dag, Met rollen die we spelen, soms moe maar altijd zacht. De kracht van deze vrouw, zo dapper en zo fijn, Laat zien dat leeftijd niets is, het gaat om de geest, zo rein. [Outro] Dus laten we blijven spelen, met passie en met vuur, Het leven is een toneelstuk, zo puur en zo duur. Met elke rol die we aannemen, vinden we onze weg, Net als die fitte vrouw, die op het podium zingt en zegt: „Ik speel een oude vrouw van tachtig, maar ik ben nog jong van geest, Met elke stap op het podium, vier ik het leven, een feest.” (Fade to silence)