
[Intro] Ze praten zacht. Dat maakt het niet eerlijk. Ze glimlachen breed. Dat maakt het niet waar. [Verse 1] Hij komt met een glimlach op zonne-energie, praat over morgen, maar factureert vandaag de magie. Zegt: “Samen vooruit,” met z’n hand op je schouder, maar zijn toekomst wordt duurder, jouw maand wordt kouder. Ze noemen het visie, ik noem het een bon, een droom op papier met jouw naam eronderop. Ze zeggen: “Het moet,” maar ze zeggen nooit: “Voor wie?” Want de bovenste laag voelt de bodem toch niet. Ze draaien geen leugens, ze draaien ze glad, met zinnen zo netjes dat je bijna vergeet wat je had. Een warm woord hier, een belofte daar, en voor je het weet staat de waarheid buitenspel klaar. [Pre-Chorus] Geen doekje. Geen saus. Geen glimlach als bewijs. Geen zachte stem maakt een harde klap ineens wijs. [Chorus] De waarheid slaat in als een blok beton, recht door het raam waar de leugen begon. Liever gekwetst door wat eerlijk is, dan gevoerd met woorden vol zoet vergif. Het zoete vergif, slik maar door, mooie praat uit een marmeren decor. Ze houden je rustig, ze houden je klein, met honing op messen en suiker op pijn. [Verse 2] Ze spreken in kringen, nooit recht op het doel, elk antwoord is mist met een keurig gevoel. “Daar komen we op terug,” klinkt beleefd en bekwaam, maar het betekent: “Blijf wachten, vergeet straks de naam.” Ze verkopen de toekomst per maandbedrag, met gratis moraal en verborgen gezag. Een kompas vol principes, zo strak en correct, maar nooit één pijl richting wie de schade trekt. Ze bouwen een hemel van plannen en praat, maar de ladder staat nooit in hun eigen straat. Ze zeggen: “We doen dit voor iedereen samen,” maar iedereen samen heeft verschillende ramen. Jij kijkt door enkel glas naar een rekening met tanden, zij praten over kansen met zachte bestuurdershanden. En als je vraagt: “Wie betaalt deze droom?” dan zakt er plots een stilte door de microfoon. [Pre-Chorus] Geen draai. Geen laag. Geen zoethouderij. Geen mooi verhaal met de angel erbij. [Chorus] De waarheid slaat in als een blok beton, recht door het raam waar de leugen begon. Liever gekwetst door wat eerlijk is, dan gevoerd met woorden vol zoet vergif. Het zoete vergif, slik maar door, mooie praat uit een marmeren decor. Ze houden je rustig, ze houden je klein, met honing op messen en suiker op pijn. [Bridge] Ik hoef geen kus van de leugen. Ik hoef geen zachte verdoving. Geef mij de klap van de waarheid, niet de glimlach van beloving. Want pijn is tenminste eerlijk. Een leugen komt netjes gekleed. Die schenkt je thee met twee klontjes, terwijl ze je laatste stoel wegveegt. [Rap Part] Ze noemen het beleid, maar het bijt in je loon, noemen het vooruitgang, maar jij mist het perron. Noemen het eerlijk, noemen het groen, maar jouw portemonnee vraagt: “Wat moet ik hiermee doen?” Ze strooien met termen, duurzaam en sociaal, maar wie geen lucht meer heeft, heeft niks aan ideaal. Ze praten hoogstaand, met licht in de zaal, maar beneden klinkt waarheid gewoon rauw en kaal. En ik zeg niet: alles moet simpel of klein, maar zeg gewoon eerlijk waar de kosten zijn. Niet doen alsof het menselijk klinkt, terwijl de rekening stil door de brievenbus zinkt. Ze praten zoet, maar het smaakt naar gif, een nette zin met een scheve drift. Geen vuist op tafel, geen eerlijk begin, alleen een glimlach met een bijsluiter erin. [Final Chorus] De waarheid slaat in als een blok beton, bam — daar ligt het sprookje op de grond. Liever gekwetst door de waarheid zelf, dan vertroeteld door leugens op een hoge plank. Het zoete vergif, slik maar door, mooie praat uit een marmeren decor. Ze houden je rustig, ze houden je klein, met honing op messen en suiker op pijn. De waarheid slaat in als een blok beton, en dat is waarheid, daar begint het gewoon. Geen zachte leugen, geen zoete schijn, liever de klap dan langzaam verdwijnen. [Outro] Ze praten zacht. Dat is de verpakking. Ze praten mooi. Dat is de val. De Waarheid. Geen suiker. Geen strik. Geen zoet vergif.

