
[1. OPENING – Zelfspot als entree] Als pechvogel heb ik áltijd van verlies geleerd. Alles verloren. Nooit beweerd. Mijn sleutels. Mijn huis. Mijn geloof in automatische reply’s. En soms… wat uitverkoren m’n broek. Maar goed — de laatste was vrijwillig. Denk ik. Wat ís pech eigenlijk? Of iets “over-kómen”? Is dat met of zonder dekbed? [2. FILOSOFISCHE OBSERVATIE – licht absurdistisch] Wat is verlies… in theologie? In filosofie? In systemen die vrijheid beloven maar bij aankomst alleen nog maar wachttijden roven? De wetenschap loopt altijd een paar poten achter de feiten aan. En de mens? Kijk die gaan Die tekent z’n context vol tong en stiften op een formulier dat net verlopen is. We kleuren wel — maar altijd buiten de lijntjes. Niet omdat we rebels willen wezen, maar omdat we geen bril vergoed... Doorverwezen. [3. SCHUIN KIJKEN NAAR DE MAATSCHAPPIJ – en naar jezelf] Zijn we niet gewoon die puntjes op de tijd die langs de lijntjes, van kastje naar muur Putten naar Blijdorp over regels, en sporen van streken die allen sloten breken? En dan komt er iemand van de gemeente met een clipboard: “Heeft u dit zélf veroorzaakt?” Nou, niet expres. Maar ik was er wel bij. We zijn wandelende vraagtekens die schreeuwen: “WAT IS LIEFDE?!” …en ondertussen googlen of pasta nog eetbaar is na drie dagen dashboard. Of een bericht ''Uw mail niet ontvangen,'' en hoe kwam het binnen, Oh Lord? We verschuilen ons achter schermen voor schermen en met een masker. Niet ‘The mark’, maar ‘The mask’. Jim Carrey had groot gelijk: “Somebody stop me.” [4. DE PUNTKOMMA – Dramatisch én grappig moment] Vraag mij niets. Taal noch teken ben ik. Maar ik huil soms en wrik om wat het leven geworden is: een PowerPoint zonder klikker. Een vergadering zonder eindtijd. Een heilsoldaat als ontslagen flikker Een therapeut met lunchpauze. En wie is de likker? Geen zin, geen eind. Maar wél een pauze. Met ambitie. Aangelijnd. Een tussenstap voor gevorderden. Een Jona in de walvis. Uitgekotst en door. Bloed. Stank. Zweet. Hersteltraject. En niemand weet welke vis hier nou vliegt door m’n tekst. Maar ik… ik zwem. Al is het op zijn krols zonder rolls Zwemdiploma. Paraat. Zwembroek. (deze keer.) [5. SLOT – Terug naar begin, met lichte opwaartse draai] Als pechvogel heb ik áltijd van verlies geleerd. Maar vandaag leerde ik iets anders. Dat een puntkomma ook een bocht is. Geen eind. Geen begin. Maar wel een keuze om even niet te eindigen. Ik vroeg nogmaals in het kort: Wat is verlies in theologie, filosofie — die plekken waar vrijheid beloofd en beroofd maar altijd te laat komt zonder therapie. Wetenschap loopt achter de feiten aan die poten staan en ik als pot of net niet mijn verstand bezit nooit het geheel. Ik rijm context met druppels maar niemand weet of het regen is of bloed. Vol knuppels. Puntjes op de tijd? Langs lijntjes, over regels, die een open slot sloten voor wie durft te kijken en patronen voor wie durft te zinken? Zijn wij wandelende vraagtekens die schreeuwen zonder stem ieder voor zich, allen voor ieder die likker wat ware liefde was en voor jou een sticker: terwijl we ons verschuilen achter schermen verslaafd om nachten denken te verdoven? Vraag ons niets. Taal noch teken zegt iets Geen pech. Geen pas. Geen pinksteren. Prijs. Loft. Onkruid. Geloof. Dat dan weer wel. Dat vergaat niet snel. [6. OUTRO – Terug naar begin, met rust] Als pechvogel heb ik altijd van verlies geleerd. Maar vandaag leerde ik iets anders: Een slinger in de zin. Een zachte rem in plaats van een klap. En soms ook… m’n broek. Een positie, geen politie. Maar goed — de laatste was vrijwillig. Denk ik beticht. Wat is pech? In je dromen? Over. Komen. Geen typefout. Maar een puntkomma.

