Song Cover Image

Het Heilig Vuur van Domrémy (NL)

[Het Heilig Vuur van Domrémy] [Verse 1] In de stenen kapel hangt een nevel van angst, Mannen schuilen in de schaduw, de nacht duurt het langst. Jeanne knielt op de vloer, meisje uit Domrémy, Een herderin die bidt terwijl de oorlog woedt, zie. Ze noemen haar dwaas, die op schaduwen jaagt, Terwijl de wind door de kieren van het zandsteen klaagt. [Chorus 1] Wanneer de koude steen in haar knieën snijdt, Eindigt de menselijke angst en begint de tijd. Geen weg meer terug als de roeping klinkt, En haar ziel in een heilig geloof verzinkt. [Verse 2] De stilte breekt open, stemmen helder en puur, Van ijzeren harnassen en een zegevierend uur. Verjaag de Engelsen, herover het land, Houd de banier met een onwankelbare hand. De twijfel van mannen weegt zwaar in de lucht, Maar Jeanne luistert niet naar hun bange gezucht. [Chorus 2] Wanneer de koude steen in haar knieën snijdt, Eindigt de menselijke angst en begint de tijd. Geen weg meer terug als de roeping klinkt, En haar ziel in een heilig geloof verzinkt. [Bridge] De geur van de wierook vult nu haar longen, Haar laatste beven is eindelijk bedwongen. Bij het altaar, waar de wereld even stil blijft staan, Voelt ze het heilig vuur naar binnen gaan. Een gloed die verteert en haar geest bevrijdt, Van herdersmeisje naar de storm van de strijd. [Verse 3] Ze staat op van de grond, geen trilling in haar hand, Klaar voor een zwaard en haar brandend vaderland. De weg naar de koning, naar de kroon en de eer, Geen herderin op de heuvels meer. Ze ziet de vlammen van Rouen al staan, Maar ze kiest het pad dat zij alleen kan gaan. [Final Chorus] Terwijl de kaarsen op het altaar staan, Is de menselijke twijfel voor de stem gegaan. Geen weg meer terug nu het vuur in haar brandt, De roeping aanvaard, het zwaard in de hand. [Outro] De wierook vervliegt, de kapel wordt weer koud, Maar Jeanne draagt een moed van louter goud. Het beven is gestopt. Het vuur is aangestoken. De stilte is voorgoed doorbroken.