
1. God, onze burcht, blijft voor ons zorgen; in nood zijn wij bij Hem geborgen. Wij krimpen niet van angst ineen al wankelt alles om ons heen, al worden door de woeste golven de hoge bergen haast bedolven: de God van Jakob staat ons bij, in zijn bescherming schuilen wij. 2. De stad waar God verblijft is heilig. Fris water ruist, hier is het veilig. Wanneer een vijand haar belaagt helpt God zodra de morgen daagt. Woedende volken, wereldrijken – één woord van Hem en zij bezwijken. De God van Jakob staat ons bij, in zijn bescherming schuilen wij. 3. Zie hoe de HEER in alle landen de wapens wegslaat uit de handen: Hij breekt de boog, slaat stuk de speer, brandt wagens weg – geen oorlog meer! God spreekt: 'Houd op! Ik ben verheven hoog boven wie op aarde leven.' De God van Jakob staat ons bij, in zijn bescherming schuilen wij.

