Song Cover Image

Psalm 044 - Van de hand gedaan

V5

1. Wij hebben, God, met eigen oren van onze ouders mogen horen hoe U de volken uit hun land verdreef en hen daar hebt geplant. Zij wonnen niet door eigen kracht: U hebt uw rechterhand geheven. U was het die verlossing bracht. U wilde hun uw liefde geven. 2. God, onze koning, schonk de zege; uw Jakob heeft het land gekregen. Uw macht, en niet mijn zwaard of speer, maaide de tegenstanders neer. U was de redder in de strijd; U wist de vijand te bedwingen. Uw naam verhogen wij altijd. Uw daden zullen wij bezingen. 3. U hebt ons nu alleen gelaten. U trok niet mee met de soldaten. U liet ons vluchten in de strijd; al ons bezit raakten we kwijt. Als slachtvee zijn we afgestaan; U joeg ons weg naar verre landen. U hebt ons van de hand gedaan. U maakte ons, uw volk, te schande. 4. De volken die rondom ons wonen zijn erop uit om ons te honen. Ze lachen smalend om ons lot; wij zijn het mikpunt van hun spot. U staat het toe, U keurt het goed dat zij zich over ons vermaken. Dat ons dit overkomen moet – het schaamrood staat ons op de kaken! 5. U hebt ons ervan langs gegeven – toch zijn we U steeds trouw gebleven. We buigen niet voor beelden neer – toch gunt U ons geen daglicht meer. Het zou U, God, niet zijn ontgaan als wij uw grote naam verachtten – toch vallen vijanden ons aan om ons als schapen af te slachten. 6. HEER, waarom slaapt U nu wij lijden? Word wakker en kom tussenbeide! Waarom hebt U zich afgewend en doet U of U ons niet kent? Zwaar drukt de last van ons verdriet; wij zijn ten dode opgeschreven. Kom ons te hulp, vergeet ons niet. Laat ons weer uit uw liefde leven.