(Refrein) Ik ben een boerenzoon, met sterke handen en een glimlach breed, Jij komt mijn kant op, en je weet het, ik weet het, het gaat al verkeerd. Met die blik in je ogen, jij weet wat je doet, Op mijn boerderij word jij de zon, ik beloof je veel zoet! Vers 1: Jij in die zomerjurk, het veld ligt vol goud, Ik zie je lopen, m’n hart dat smelt, m’n gedachten zijn stout. Trek je laarzen uit, laat de aarde maar voelen, Want in de nacht kan ik je wel goed zoenen. (Refrein) Ik ben een boerenzoon, met sterke handen en een glimlach breed, Jij komt mijn kant op, en je weet het, ik weet het, het gaat al verkeerd. Met die blik in je ogen, jij weet wat je doet, Op mijn boerderij word jij de zon, ik beloof je veel zoet! Vers 2: Laat de koeien maar grazen, we rijd'n in de maan, In de hooischuur, daar is niemand die ons zal verstaan. Je lippen zo dicht bij de mijne, de geur van het gras, Onze handen, onze lichamen, het is een liefde die past. (Refrein) Ik ben een boerenzoon, met sterke handen en een glimlach breed, Jij komt mijn kant op, en je weet het, ik weet het, het gaat al verkeerd. Met die blik in je ogen, jij weet wat je doet, Op mijn boerderij word jij de zon, ik beloof je veel zoet! (Outro) Dus kom maar snel naar mij, de nacht is jong en heet, Op mijn boerderij is alles mogelijk, wat je maar begeert!