[Intro] Nederlands, een taal zo fijn, Voor velen soms een doolhoflijn. Met vallen en opstaan, leer je haar kracht, Verbinding over grenzen, met hart en macht. Een man uit Afghanistan, hier tweeënhalf jaar, Sprak al aardig Nederlands, dat scheen zo klaar. "Hoe lang ben je hier al?", vroeg ik met een lach, "Half drie", antwoordde hij, droog en zonder bravoure, ach. Taal, een puzzel met soms lastige stukjes, Toch verbindt ze ons, met lieve kusjes. Met vallen en opstaan, met glimlach en moed, Bouwen we bruggen, waar begrip goed doet. [Outro] Dus oefenen we samen, met plezier en geduld, In deze taal die ons dichterbij elkaar vervult. Want taal is meer dan woorden, het is een reis, Een avontuur dat ons verbindt, keer op keer, precies. (Fade to silence)


