[Verse 1] In Amsterdam, waar de stadsgeluiden zingen, Op de Olympische afstand, onze harten gingen springen. We hoopten op een goede uitslag, vol vertrouwen en kracht, Maar het looponderdeel bracht twijfel, een innerlijke strijd. [Chorus] Zilveren strijd, onze voeten op het asfalt, Zweet parelend op onze huid, de finish in zicht. De menigte juicht, mijn naam wordt omgeroepen, In de categorie 60-64, een zilveren plek, niet door een grote strijd. [Verse 2] De zon brandt fel, de kilometers vliegen voorbij, Mijn ademhaling ritmisch, mijn benen niet meer moeizaam. Ik zie de eindstreep, mijn hart bonst als een trommel, Zilveren glans, een triomf die mijn ziel omarmt. [Bridge] 665 vrouwelijke deelnemers, een indrukwekkend zicht, Maar slechts twee in mijn leeftijdsgroep, dat maakt de prestatie licht. Het is een moment van trots, maar zonder een grote race, De wind fluistert verhalen van doorzettingsvermogen in mijn geest. [Outro] En daar sta ik, met mijn zilveren herinnering, De NK triathlon, een moment dat eeuwig blijft. De stad, de afstand, de glimlach op mijn gezicht, Zilveren strijd, een lied van passie en een beetje geluk in het spel.