
(Intro) ♫ (Vers 1) Stel je voor, ver voorbij de rand van onze kaarten, waar het donker ouder is dan tijd Dat iemand daar een gouden plaat heeft opgeraapt, en dacht: Wie roept daar in de nacht? Ze vonden onze groeten, onze foto's en muziek, een route door het sterrenstof En twintig jaar lang keken ze naar beneden, naar die kleine blauwe bol (Refrein) Ze zagen oorlog, ze zagen liefde Ze zagen bossen vallen en kinderen die ze planten Ze zagen hoogmoed, ze zagen twijfel En ergens tussen fout en goed bleef één vraag bestaan: Zijn zij nog in staat om te veranderen? Zijn zij nog in staat om zichzelf te zien? [Verse 2] Sommigen zeiden: Grijp maar in, haal de stekker uit het grote spel Geef de aarde adem, geef de oceanen rust, laat de wonden langzaam helen Anderen zeiden: Toon een spiegel, maar laat de keuze aan henzelf Want wie nooit zelf leert lopen, blijft voor altijd wachten op een hand van ergens anders (Refrein) Ze zagen oorlog, ze zagen liefde Ze zagen muren groeien en handen die ze slechten Ze zagen angst, ze zagen moed En ergens tussen fout en goed bleef één vraag bestaan: Zijn zij nog in staat om te veranderen? Zijn zij nog in staat om zichzelf te zien? ♫ (Vers 3) Misschien waren zij ooit precies zoals wij Te zeker van hun waarheid, te blind voor wat verdween Misschien stond ook hun wereld ooit aan de rand van morgen, en leerden zij pas wijsheid toen de spiegel verscheen Misschien zijn oude sterren geen rechters en geen goden Misschien zijn het reizigers die hun eigen sporen zien (Brug) We zochten tussen sterren naar een antwoord van buitenaf Een stem die zou vertellen wie gelijk had Maar ergens in het luisteren, (ergens in het luisteren) tussen jouw woord en het mijne, (jouw woord en het mijne) bleek de ruimte kleiner dan de afstand die verdween Misschien zit de toekomst niet verborgen in de hemel Misschien groeit beschaving in de stilte van een gesprek ♫ (Refrein) Ze zagen oorlog, ze zagen liefde Ze zagen hoe wij vallen en telkens weer beginnen Ze zagen hebzucht, ze zagen kunst Een soort die blijft zoeken naar iets dat groter is dan zij Niet omdat wij alles weten Niet omdat wij altijd zien Niet omdat wij beter zijn dan wie ons voorging Maar omdat wij soms durven zeggen: Misschien zie jij iets wat ik nog niet zie (Outro) Niet, zullen zij ons redden? Maar: Zijn wij nog in staat om te leren? En ergens, ver voorbij ons zicht, sluit iemand langzaam een oud logboek En op de laatste bladzij staat: De uitkomst is onzeker Maar hoop is niet misplaatst Want een beschaving begint misschien precies daar, in de stilte, tussen twee meningen in (End) ----/ Lyrics & composition © Bedhippie, 2026. All rights reserved.

