**[Intro]** Jij bent de maan, ik ben de nacht, altijd dichtbij, maar buiten jouw baan gebracht. Ik kijk omhoog, verdwaal in de sterrenpracht, en vraag me af of het heelal ons ooit samenbracht. **[Verse 1]** Jij draait om iemand anders, ik draai om mezelf, maar sinds ik jou ontmoette, voelt de wereld anders aan. Ik tel geen uren meer, ik tel alleen de nachten, want jij bent steeds de reden dat mijn gedachten blijven wachten. Jij bent maanlicht dat door m’n gordijnen naar binnen valt, een stille kracht die zelfs de donkerste kamer overvalt. Ik wil je niet verstoren, dus ik blijf op afstand staan, ook al zou ik voor één kans met jou door sterrenstof gaan. Wij zijn twee hemellichamen, gevangen in een baan, met dezelfde sterren boven ons, maar ieder z’n eigen maan. Misschien is het de timing, misschien schrijft het heelal een ander soort verhaal voor ons, ergens buiten dit heelal. **[Pre-Chorus]** Dus ik kijk naar boven wanneer de avond valt, zoek tussen sterren naar een teken in het heelal. Misschien zegt de hemel ooit: “nu is het jullie tijd”, tot die dag hou ik m’n gevoel gewoon dichtbij. **[Refrein]** Misschien komen onze banen ooit weer samen, na duizend nachten, na verloren manen. Misschien staat de maan ooit precies goed voor ons, en breekt de zonsverduistering tussen jou en mij los. Tot die tijd blijf ik draaien in m’n eigen baan, ik hoef je niet te hebben om voor jou klaar te staan. En als het heelal ooit zegt: “nu is het de tijd”, dan hoop ik dat jij me vindt tussen sterren en eeuwigheid. **[Verse 2]** Jij bent de horizon die ik nooit kan raken, hoe dichterbij je lijkt, hoe meer je weg lijkt te raken. Ik jaag niet achter sterren, ik laat sterren bestaan, want wat voor mij bestemd is, hoeft niet voor mij weg te gaan. Ik wil geen zwart gat worden dat jouw wereld absorbeert, geen zwaartekracht die jou van iemand anders keert. Dus ik hou m’n koers vast, ook al trekt m’n hart naar jou, want liefde zonder vrijheid is geen liefde die ik wou. Misschien ben ik een ster die jij nooit hebt herkend, een lichtpunt aan de hemel dat te ver van je verwijderd bent. Maar jij bent mijn constellatie, mijn patroon in elke nacht, de reden dat ik omhoog kijk als de rest allang niet meer wacht. En mocht jouw wereld ooit verschuiven uit haar baan, mocht je ooit alleen onder een andere hemel staan, dan hoef je niet te zoeken, ik weet waar ik zal zijn: ergens onder dezelfde maan, met nog steeds die hoop in mij. **[Bridge]** Want sterren kunnen vallen, manen kunnen verdwijnen, maar zelfs de donkerste nachten laten ergens licht verschijnen. Dus ik vertrouw op tijd, op afstand en op ruimte, misschien schrijft het universum ooit ons verhaal in dezelfde ruimte. **[Refrein]** Misschien komen onze banen ooit weer samen, na duizend nachten, na verloren manen. Misschien staat de maan ooit precies goed voor ons, en breekt de zonsverduistering tussen jou en mij los. Tot die tijd blijf ik draaien in m’n eigen baan, ik hoef je niet te hebben om voor jou klaar te staan. En als het heelal ooit zegt: “nu is het de tijd”, dan hoop ik dat jij me vindt tussen sterren en eeuwigheid. **[Outro]** Jij bent de maan, ik ben de nacht, twee werelden verbonden door dezelfde sterrenpracht. Misschien is het geschreven, misschien is het toeval, maar zolang jij daar bent, kijk ik omhoog naar hetzelfde heelal.


