
(Verse 1) In grote delen van ons land, Verscheen een wonder, zo betoverend en grand. Het noorderlicht danste aan de hemel zo vrij, Een magisch fenomeen, het aurora-borealis, oh wat blij. (Chorus) Aurora borealis, schitterend en puur, Lichten aan de hemel, een kosmisch avontuur. Maar een leerling uit havo 3, Had een grappige vraag, luister goed en zie. (Verse 2) In de aardrijkskundeles, bij de kaart op het bord, Vertelde ik vol passie over dit lichtakkoord. Toen klonk ineens een stem, vol verwondering en speels, "Is dat niet het Heineken-licht?" vroeg hij heel bedeesd. (Bridge) We lachten samen, zo onbezonnen en fijn, De verwarring was groot, maar de grap heel klein. Het noorderlicht en bier, zo ver uit elkaar, Maar in zijn fantasie, een stralend paar. (Chorus) Aurora borealis, schitterend en puur, Lichten aan de hemel, een kosmisch avontuur. Maar een leerling uit havo 3, Had een grappige vraag, luister goed en zie. (Outro) Zo blijven de lessen vol verwondering en lol, Met vragen als deze, wordt de dag nooit dol. Het noorderlicht blijft magisch, een hemels gezicht, Maar soms wordt het verward met het Heineken-licht. [Fade to silence]

