
Tel. Lach. Bewonder. π
Een Twee Drie Vier Hoedje van Hoedje van Een Twee Drie Vier Hoedje van papier Tel, lach, bewonder. Alsof de wanhoop niet bestaat voor hen zonder dromen, tel dan je zegeningen, je dak, je thuis en veilig onderkomen. Waar hoop geen verzinsel is en tellen wonderlijk kinderspel, tel jij mij, ik tel jou wel. En lach. Als je mij toestaat droom ik mee, constructief doe ik dan iets goed. En op weg naar de bestemming kom, met fatsoen kan vertellen waarom dat ik jou tellen kan en dat ook deed voer het hoedje weg van het bord papier, weg van hier wat dakloos heet. Tel, lach, bewonder. Alsof de wanhoop niet bestaat voor hen zonder dromen, tel dan je zegeningen, je dak, je thuis en veilig onderkomen. Waar hoop geen verzinsel is en tellen wonderlijk kinderspel, tel jij mij, ik tel jou wel. En lach. Als ik jou toesta droom je mee, bijzonder, ik tel, ik lach ik wonder en laat mij raden niet onbestemd, ongezien of gezocht maar gevonden en gewoon okΓ©, nooit meer buiten deuren of over grenzen, geen hoedje in een glazen kast maar een gezicht. Droom mee ten behoeve van mij, want de wereld is van ons allen thuis, hoe dakloos mens ben jij?


