Beschrijving: Een poëtisch lied over het ontwaken van bewustzijn; waar dromer en droom samenvallen, en de grens tussen mens en schepper vervaagt. (Intro) (Vers 1) |De Dromer ontwaakt in zijn droom| Als ik God zou zijn, vergat ik wie ik was, om jou te kunnen dromen, tot jij mij terug bedenkt Ik zou mezelf verliezen in je blik, en hopen dat je ogen mij herinneren Misschien noem jij het leven, maar voor mij is het slechts een gedachte die nog duurt (Refrein) |De echo van de droom| Wie van ons twee is nu de dromer? Wie hoort het ruisen van de tijd? Jij in mijn gedachten, of ik in de jouwe, verdwaald in hetzelfde oneindige zijn En ergens, diep daaronder, beweegt weer adem... (Vers 2) |De droom die zich herinnert| Soms voel ik een trilling in de stilte, een adem die niet van mij kan zijn Dan denk ik: misschien was ik ooit licht, en viel ik neer als mens, om jou te vinden Ik bouw werelden uit herinnering, en noem ze werkelijkheid zolang jij er bent (Brug) |Het ontwaken| En als ik ontwaak, is er niets dat mij herkent Geen hemel, geen naam, alleen het rimpelen van een gedachte Misschien was jij de droom, en ik slechts het verlangen om niet alleen te zijn (Vers 3) |De aanvaarding| Ik weet nu: wat ik zie, ben jij, en wat jij voelt, stroomt door mij terug We zijn elkaars begin, het ogenblik dat nooit geboren werd Misschien is dit genoeg, te weten dat het dromen zelf bestaat (Refrein) |De terugkeer in de droom| Wie van ons twee is nu de dromer? Wie hoort het ruisen van de tijd? Jij in mijn gedachten, of ik in de jouwe, één adem, die zichzelf herhaalt (Outro) |Stilte in wording| Als ik God zou zijn, zou ik weer vergeten wie ik was En in dat niet-weten, word jij opnieuw geboren Misschien is dit genoeg, te weten dat het dromen zelf bestaat ----/ Lyrics & composition © Bedhippie, 2025. All rights reserved.


