
(Intro) (Vers 1) Het kind zo pas geboren, een bloem in ochtendlucht Mijn handen willen strelen en dekken wat ik ken tegen kou, tegen ongenade en gerucht Tegen alles wat nog komen moet, tegen wat ik niet verhoed tegen later, dat ik niet zien mag (Refrein) Want liefde is een waakzaam oog, een hand die even loslaat, toch het vallen voelt Het is het duister toestaan, waar jij je licht moet ontsteken En hopen dat het branden zal, als ik er niet meer ben (Vers 2) Op het dunste lijntje lopen wij, tussen angst en laten gaan Tussen 'blijf nog even bij mij' en 'ga, je mag bestaan' Elke stap is weer een zoeken, elk 'ja, je mag' een val Tot we merken dat de muur de horizon benam (Brug) We hielden vast uit liefde, Vast uit liefde uit zorg, uit ongeduld We wilden enkel redden, maar dempten wat vervult (Refrein) Alleen dat waakzame oog, een hand die even loslaat En het duister toestaat waar jij je licht moet raken ♫ (Outro) O kind, zacht wonder, in groei en pijn besloten O kind, zacht wonder, Jij leert mij de zwaarste les van al Dat liefde niet hoeft te redden (End) ----/ Lyrics & composition © Bedhippie, 2026. All rights reserved.

