
[Intro] Ze vroegen: wie? Ze zeiden: niemand. Ze vroegen: waar? Ze zeiden: kwijt. Volle mappen. Lege blikken. Iedereen wist niks, maar alles was getekend. [Hook] Ook al liegt de politiek snel, De Waarheid achterhaalt het wel. Wat je zwart maakt op papier, lekt vanzelf door kier na kier. Zwarte lak, witte boord. Mooie mond, vies akkoord. Ze hebben lak aan wat waar is, dus lakken ze zwart. Maar elke doofpot krijgt ooit een barst. [Verse 1] Dossier dicht, vraag blijft open. Ze noemen het zorgvuldig, ik noem het gelogen. Zwart op wit, toch zwart gemaakt. Toeval komt langs als bewijs zoek raakt. Telefoon leeg, agenda schoon. Geheugen kapot, maar salaris gewoon. Ze weten van niks, maar tekenen mee. Hand op hun hart, vingers in de thee. “Geen actieve kennis,” klinkt keurig op kantoor. Passieve smoes, actieve doofpot ervoor. Een map zonder namen, een zin zonder kern. Als openheid werkt, waarom staat alles dan zwart? [Pre-Hook] Ze wissen geen schuld, ze rekken de tijd. Maar tijd maakt geen waarheid, tijd raakt dingen kwijt. [Hook] Ook al liegt de politiek snel, De Waarheid achterhaalt het wel. Wat je zwart maakt op papier, lekt vanzelf door kier na kier. Zwarte lak, witte boord. Mooie mond, vies akkoord. Ze hebben lak aan wat waar is, dus lakken ze zwart. Maar elke doofpot krijgt ooit een barst. [Verse 2] Ze noemen het proces, ik noem het parkeren. Vraag in de la, antwoord blokkeren. “Landsbelang,” zeggen ze. “Privacy.” Klinkt heel chic voor: dat krijgt u niet. Commissie komt kijken, rapport komt te laat. Tegen die tijd is de schade verjaard. Ze schuiven de schuld naar een lege stoel. Niemand deed iets, maar iedereen voelt. Witte boorden, zwarte balk. Nette zinnen, vieze kalk. Ze poetsen de tafel, niet hun geweten. Je hoeft niet te liegen als je niks laat weten. [Bridge] Ze zeggen: transparant. Ik zie alleen glas waar niemand doorheen kijkt als het spannend was. Ze zeggen: zorgvuldig. Ik hoor: vertraag. Elke rode vlag krijgt een zwarte laag. Geen rook zonder vuur. Geen lak zonder vlek. Geen deksel op waarheid als de pot al lekt. [Verse 3] Ze liegen niet luid, ze liegen beleefd. Met mapjes, met koffie, met spijt die niet leeft. “Lessen geleerd,” dat hoor ik elk jaar. Nieuwe fout, zelfde eigenaar. Als het uitlekt, zijn ze “verrast”. Alsof hun hand niet op de deksel past. Ze noemen het foutje, ik noem het systeem. Want toeval op schema is geen toeval meer. [Final Hook] Ook al liegt de politiek snel, De Waarheid achterhaalt het wel. Wat je zwart maakt op papier, lekt vanzelf door kier na kier. Zwarte lak, witte boord. Mooie mond, vies akkoord. De waarheid slaat in als een blok beton. Zwartgelakte leugens komen licht niet onder. [Outro] Ze vroegen: wie? Ze zeiden: niemand. Ze vroegen: waar? Ze zeiden: kwijt. Maar wij lezen door zwarte lak. De Waarheid.

