
IK PRAAT MET JOU Couplet 1 De morgen valt door ’t keukenraam, het huis wordt langzaam wakker, ik zet de koffie zoals altijd, maar niets klinkt nog hetzelfde. Toch hoor ik mezelf weer zeggen, zoals ik duizend keren deed: “Goedemorgen, vrouwtje, hoe gaat het?” alsof je naast me leeft. Pre-refrein Want woorden slijten langzaam, na een leven zij aan zij. En liefde kent geen afscheid, Ze gaat niet zomaar voorbij. Refrein Ik praat met jou, alsof je even luisteren kan. Ik praat met jou, zoals ik dat deed heel mijn leven lang “Vrouwtje, ik ben weg”, “Vrouwtje, ik ben weer thuis.” En in de stilte van ons kleine huis blijft jouw naam wonen. Ik praat met jou, want zwijgen doet nog meer pijn. Ik praat met jou, omdat jij altijd bij me zult zijn. Couplet 2 De bloemen in de tuin bloeien verder, de seizoenen gaan voorbij. De wereld draait zoals tevoren, maar niet meer voor jou en mij. Soms zie ik iets en denk spontaan: “Dat moet ik straks vertellen.” En dan besef ik opnieuw dat jij er niet meer bent. Pre-refrein Maar wat wij samen opbouwden, verdwijnt niet met de tijd. Vierenvijftig jaren liefde raak je niet zomaar kwijt. Refrein Ik praat met jou, alsof je even luisteren kan. Ik praat met jou, zoals ik dat deed heel mijn leven lang “Vrouwtje, ik ben weg”, “Vrouwtje, ik ben weer thuis.” En in de stilte van ons kleine huis blijft jouw naam wonen. Ik praat met jou, want zwijgen doet nog meer pijn. Ik praat met jou, omdat jij altijd bij me zult zijn. Brug Ze zeggen dat de tijd zal helen, dat de scherpe kanten slijten. Maar niemand leert een hart vergeten dat meer dan vijftig jaar heeft liefgehad. En elke avond voor ik slapen ga, fluister ik nog zacht jouw naam. Niet omdat ik denk dat je antwoordt, maar omdat ik je nog steeds bemin. Laatste refrein Ik praat met jou, en soms breekt dan mijn stem. Ik praat met jou, en even lijkt de afstand klein. “Goeienavond, vrouwtje,” “Slaapwel voor deze nacht.” En ergens tussen liefde en gemis blijf jij op mij wachten. Ik praat met jou, tot ook mijn reis voorbij zal zijn. Want wat de dood ook heeft genomen, mijn liefde krijgt hij niet klein. Einde Dus morgen, als de zon weer opkomt, en het huis opnieuw ontwaakt, zal ik zoals altijd zeggen: “Goedemorgen, vrouwtje…” en voelen dat je nog bestaat.

