
[Intro] Ja hoor... daar gaan we weer. Slingers aan het plafond, iemand roept: “Doe eens leuk!” En ik voel het al opkomen. [Verse 1] Ik kom binnen op een feestje, jas nog niet eens uit, staat er al een oom te praten met z’n bitterbal vooruit. “Hoe is het met je leven?” vraagt een buurvrouw in paniek, ik zeg: “Prima,” maar vanbinnen hoor ik sirenes op de beat. De kring staat al gereed, stoelen strak in formatie, een sociale hinderlaag met koffie en frustratie. Iemand zegt: “Ga zitten, pak gezellig wat erbij,” maar ik zie twaalf verjaardagsvragen recht op mij. [Pre-Chorus] De kaasblokjes kijken alsof ze iets weten, de leverworst zwijgt, maar heeft alles gemeten. Een kind schreeuwt vals op een plastic fluit, en tante Ria roept: “Wat zie jij er moe uit!” [Chorus] Ik ben allergisch voor gezelligheid, ik krijg uitslag van een kringgesprek. Als iemand roept: “Doe lekker mee,” dan trek ik langzaam uit m’n nek. Ik ben allergisch voor gezelligheid, van polonaise krijg ik jeuk. Zet de muziek maar vrolijk aan, dan loop ik dansend naar de deur. [Verse 2] Er staat een man met een gitaar in de hoek van de kamer, hij speelt drie akkoorden en noemt zichzelf verhalenmaker. Iedereen klapt mee op tel één en drie, ik glimlach heel beleefd, maar mijn ziel zegt: “Niet.” Dan komt de quiz met vragen over vroeger op vakantie, wie kent de jarige het best, met emotionele chantage. Ik weet alleen: hij lust geen prei en praat te hard, maar blijkbaar is dat fout, dus ik verlies met smart. [Pre-Chorus] De chips zijn slap, de cola is lauw, iemand zegt: “Je bent zo stil, gaat het wel met jou?” Ik zeg: “Ja hoor, ik observeer de mensheid,” en bestel in mijn hoofd een nooduitgang met haastigheid. [Chorus] Ik ben allergisch voor gezelligheid, ik krijg uitslag van een kringgesprek. Als iemand roept: “Doe lekker mee,” dan trek ik langzaam uit m’n nek. Ik ben allergisch voor gezelligheid, van polonaise krijg ik jeuk. Zet de muziek maar vrolijk aan, dan loop ik dansend naar de deur. [Bridge] Doe normaal. Doe sociaal. Doe spontaan. Doe vooral niet zo kaal. Lach eens mee. Pak wat kaas. Zeg eens iets. Nee, laat maar, helaas. [Rap Part] Ik ben niet anti-mens, ik ben pro-rust, anti-smalltalk en anti-verplichte groepslust. Ik wil best lachen, maar niet op commando, niet met een feesthoed en een half kapotte bongo. Iedereen doet blij alsof het moet van de wet, maar ome Henk slaapt bijna in de huzarensalade-set. De jarige roept: “Nog eentje dan, kom op!” en ik voel mijn laatste beetje levenszin in drop. [Breakdown] Handen in de lucht! Nee. Doe de polonaise! Nee. Nog één groepsfoto! Nee. Zeg even gezellig proost! Oké dan... nee. [Final Chorus] Ik ben allergisch voor gezelligheid, ik krijg uitslag van een kringgesprek. Als iemand roept: “Doe lekker mee,” dan trek ik langzaam uit m’n nek. Ik ben allergisch voor gezelligheid, maar niemand ziet mijn stille strijd. Dus lach ik mee, ik hef mijn glas, en vlucht zodra het mogelijk was. [Outro] Was gezellig hoor. Echt. Moeten we vaker doen. Over vijf jaar ofzo.

