[Instrumental Intro] [Verse 1] Aan de rand van Gouves, waar de golven zachtjes slaan, staat een witte kapel die er al eeuwen lijkt te staan. De deur piept als een groet, waar wierook door 't zonlicht breekt en buiten zingt de zee alsof ze met je meeleeft. [Chorus] Ooh, Agios Konstantinos, ik steek een kaarsje aan, voor alles wat ik kwijt ben en nog moet laten gaan De wind draagt mijn gedachten, het water neemt ze mee, bij de kleine kapel aan de rand van de zee [Instrumental Interlude] [Verse 2] De muren fluisteren zacht, verhalen zonder naam van mensen die hier kwamen en nooit meer zijn gegaan Een foto bij een kaars, een traan die niemand ziet maar hier mag alles zijn, vreugde en verdriet [Chorus] Ooh, Agios Konstantinos, ik steek een kaarsje aan, voor alles wat ik kwijt ben en nog moet laten gaan De wind draagt mijn gedachten, het water neemt ze mee, bij de kleine kapel aan de rand van de zee [Verse 3] Voor de een zijn het maar stenen, en doet het verder niets De ander vind er liefde, hoop en troost bij stil verdriet Het kaarsenlicht en wierook, stijgt op langs het raam Als een stil gebed, Zijn nabijheid voel je aan [Chorus] Ooh, Agios Konstantinos, ik steek een kaarsje aan, voor alles wat ik kwijt ben en nog moet laten gaan De wind draagt mijn gedachten, het water neemt ze mee, bij de kleine kapel aan de rand van de zee [Bridge] De stilte geeft soms antwoord, Waar woorden niet meer gaan Alsof iets zachtjes fluistert ''Je mag het laten gaan'' [Finale-Chorus] Ooh, Agios Konstantinos, ik steek een kaarsje aan, voor alles wat ik kwijt ben en nog moet laten gaan De wind draagt mijn gedachten, het water neemt ze mee, bij de kleine kapel aan de rand van de zee [instrumental outro]