
Ik liep alleen langs lege lange lanen en negen vage manen schenen op mijn pad. Zeven zwarte paarden met regen in hun manen wezen op de wanen die woonden in mijn hart. Ik hoopte alleen te blijven maar de paarden bleven wijzen naar de zwarte schijven die vol zaten met smart Ik moest een paard bestijgen Dat meteen begon te rijden En in mijn oor ging hijgen Dat er iemand op me wacht Na zeven lange mijlen Die we spoorslag ijlden Kwamen we bij het einde Van een lange zwarte gracht Daar stond iemand op de toren Ik kon het zingen horen Van een zwart figuur verloren In het donker van de nacht Ik wist dat ik moest kiezen Dat ik alles kon verliezen Dat ik nooit meer terug zou komen Als ik de lange brug betrad Ik keek nog eens naar de manen Streelde de zeven paarden Voordat ik me liet vallen Op de koude natte aarde Ik was de poort al door Toen ik de manen hoorden vallen En de paarden die terugtraden Ze hadden me naar de overkant gebracht.
Comments are disabled on this song
