
Couplet 1 Ik droeg een huid die niemand zag, van stil zijn en gewoon maar gaan. Een masker voor de lange dag, om telkens weer te blijven staan. Niet om te liegen wie ik was, maar omdat voelen soms niet kon. Ik bouwde muren om mijn hart, tot ik vergat waar het allemaal begon. Pre-chorus En wat mij ooit heeft vastgehouden, hoeft mij niet eeuwig vast te houden. Refrein Dus langzaam laat ik het pantser los, stuk voor stuk, niet allemaal. Ik hoef niet meer zo hard te worden om te bestaan in dit verhaal. De barsten mogen zichtbaar blijven, ik hoef ze niet meer weg te doen. Wat mij beschermde mag verdwijnen, nu ik weer leren mag te voelen zonder pantser, zonder schild, iets zachter dan ik ooit zijn wilde. Couplet 2 Soms zit het ijzer nog zo vast, alsof het bij mijn lichaam hoort. Een oude reflex, oude angst, een deur die vanzelf weer wordt gesmoord. Maar af en toe valt ergens licht op hout dat onder staal verschijnt. En dan herken ik mijn gezicht, niet ongeschonden — wel weer mijn. Pre-chorus Ik hoef het oude niet te haten, om het vandaag te mogen laten. Refrein Dus langzaam laat ik het pantser los, stuk voor stuk, niet allemaal. Ik hoef niet meer zo hard te worden om te bestaan in dit verhaal. De barsten mogen zichtbaar blijven, ik hoef ze niet meer weg te doen. Wat mij beschermde mag verdwijnen, nu ik weer leren mag te voelen zonder pantser, zonder schild, iets zachter dan ik ooit zijn wilde. Bridge Ik was niet zwak toen ik mij sloot, ik deed wat nodig was om door te gaan. Maar overleven is niet alles, er komt een dag om stil te staan. En misschien is moed niet langer vechten, maar blijven waar ik vroeger vluchtte. Een hand toelaten op mijn schouder, een traan die niet meteen weer opluchtte. Refrein Dus langzaam laat ik het pantser los, niet omdat het nutteloos was. Het droeg mij door de zwaarste jaren, het hield mij overeind wanneer ik brak. Maar ik hoef niet meer te verdwijnen achter alles wat mij heeft gered. Ik mag weer zichtbaar leren worden, met ieder litteken op zijn plek. Outro Niet heel. Niet nieuw. Niet zonder wat er was. Maar langzaam meer aanwezig, langzaam minder achter glas. En elke dag een stukje dichter bij de mens onder het harnas.

