[Verse 1] Ik weet niet wat ik met mezelf moet doen, ik voel me koud, zelfs in het heetst van 't seizoen. Ik word een monster, steeds een beetje meer, ik voel geen liefde, en niks doet me nog zeer. Ik doe alsof het me iets kan schelen, maar diep vanbinnen is er niets te delen. Ik speel mijn rol, ik lach wanneer het moet, maar niemand ziet wat er schuilgaat in mijn bloed. [Pre-Chorus] Wanneer ben ik mezelf verloren? Wanneer is al mijn warmte bevroren? Ik weet niet meer hoe liefde voelt, alsof mijn hart voor geen mens meer is bedoelt. [Chorus] Ik ben een monster zonder hart, een lege ziel, een leven zo zwart. Ik speel de mens die men verwacht, maar voel geen liefde, voel geen kracht. Mijn geweten schreeuwt: 'Dit is niet goed!' Maar zelfs die stem sterft in mijn bloed. Ik zou moeten huilen, bang moeten zijn, maar binnenin voel ik alleen maar pijn… Nee, zelfs die pijn is langzaam weg, ik voel geen donder, geen gevoel van pech. Ik kijk mezelf recht in de ogen aan: Ben ik nog levend, of al vergaan? [Verse 2] Als mijn familie voor mijn ogen viel, zou er dan iets breken in mijn ziel? Als kogels klonken, iemand hen vermoordde, zou ik dan zwijgen zonder woorden? En wat me nog het meeste beangstigt, is dat mijn hart die gedachte niet ontkent. Zelfs als ik zelf de dader zou zijn, lijkt niets te raken wat er leeft in mij. Mijn geweten zegt dat ik moet beven, dat dit geen menselijk gevoel kan wezen. Maar ik voel geen angst, geen schuld, geen spijt, alleen een leegte die steeds verder uitbreidt. [Pre-Chorus] Wanneer ben ik mezelf verloren? Wanneer is al mijn warmte bevroren? Ik zoek een mens diep in mijn bestaan, maar zie alleen een schaduw staan. [Chorus] Ik ben een monster zonder hart, een lege ziel, een leven zwart. Ik speel de mens die men verwacht, maar voel geen liefde, voel geen kracht. Mijn geweten schreeuwt: 'Dit is niet goed!' Maar zelfs die stem sterft in mijn bloed. Ik zou moeten huilen, bang moeten zijn, maar binnenin voel ik alleen maar pijn… Nee, zelfs die pijn is langzaam weg, ik voel geen donder, hoor geen pech. Ik kijk mezelf recht in de ogen aan: Ben ik nog levend, of al vergaan? [Bridge] Mijn jeugd verdwijnt, stukje bij beetje, mijn eigen leven wordt een vreemd verhaal. Herinneringen vallen uit mijn handen, alsof ik nooit bestond, niet helemaal. Ik had ooit lief, ik had ooit namen, gezichten die ooit dicht bij mij stonden. Maar zelfs hun blikken zijn nu verdwenen, alsof ze nooit een plek in mij vonden. Ik kijk naar foto's van dat kleine kind, ik weet dat ik het ben, maar niet wie ik vind. Dat lachende meisje, waar is zij gebleven? Heeft zij ooit bestaan in dit leven? Ik zie haar ogen, maar ken haar niet, ik zie haar lach, maar voel het verdriet van alle jaren die ik niet meer weet, van alle herinneringen die de tijd opeet. [Bridge – zacht, breekbaar] Ik wilde bellen, ik wilde het vertellen, ik wilde iemand die mijn angst kon herkennen. Ik wilde zeggen: 'Er klopt iets niet met mij, mijn eigen verleden glijdt weg uit mij.' Ik wilde horen: 'Je hoeft dit niet alleen, ik ben er voor je, ik laat je niet heen.' Maar jij was te druk, ik bleef weer alleen, met duizend gedachten en niemand om me heen. Misschien is mijn stilte mijn hardste geschreeuw, misschien ben ik moe van dit leven in het nauw. Ik zoek naar een hart dat ik ergens verloor, maar vind slechts de stilte waar ik in verdronk. [Breakdown – intens, bijna gesproken] Ik weet niet meer wie ik was. Ik weet niet meer wie ik ben. Ik herken mezelf op foto's, maar niet het leven dat ik ken. Ik weet dat ik iets zou moeten voelen. Ik weet dat dit me bang moet maken. Maar hoe kan ik huilen om wat ik verloren ben, als ik niet eens meer weet wat me zou moeten raken? [Final Chorus – krachtig en wanhopig] Ben ik een monster zonder hart? Ben ik voorgoed veranderd, koud en zwart? Of zit er nog iets diep in mij, een mens die schreeuwt: 'Maak me weer vrij!' Mijn geweten zegt dat ik moet vechten, maar hoe moet ik mezelf nog iets uitleggen? Ik zoek naar liefde, naar wie ik was, naar een herinnering achter gebroken glas. Ik wil begrijpen wat er leeft in mij, ik wil niet langer slechts een rol zijn. Maar als mijn hele verleden vergaat, wie ben ik dan nog als niemand mij verstaat? [Outro – fluisterend] Ik weet niet wat ik met mezelf aan moet… Ik weet niet eens meer wat ik voelen moet. Ik kijk naar dat kind, maar zie mezelf niet staan… Alsof ik ooit heb geleefd… maar allang ben vergaan..