De vader, met drie spruiten sterk, Verachtte schermen, een ware dwarsligger in de kerk. Aan het ontbijt, met krant in hand, Las hij op de Opiniepagina, fel brandend van verstand. "Grenzen stellen!", riep hij met kracht, "Aan al dat telefoongebruik, dag en nacht! Echte vrije tijd, zonder digitaal gedoe, Dat is waar het om draait, dat is de sleutel, yo!" Renée, verdiept in Suske en Wiske's avontuur, Kijk op en spreekt, haar stem helder en puur: "Vrijheid? Papa, dat klinkt zo saai, Geef me liever een iPhone, een digitaal paradijs, jai!" De vader stamelt, zijn woorden verstomd, Door zijn digitale vijand, zo hevig beslommerd. In zijn dochters ogen, een verlangen zo fel, Naar likes en berichtjes, een virtueel karavaan, een digitale snelweg. Hij zucht en laat de krant terzijde glijden, De strijd tegen schermen, wellicht tevergeefs te bestrijden. Misschien is ware vrijheid, diep in elkaars ogen zien, Zonder afleiding, zonder likes, met puur, authentiek plezier te bespeuren.