Song Cover Image

In die zomer van negentien toen

+ Show full styles

(Intro) (Vers 1) Zomer negentien toen Ik zag jou staan met je blonde haar en mooie lach Je ogen zo helder, vol vuur en zonder vrees Ik was van slag, gefascineerd Jouw blik kruiste de mijne, bevroren in de tijd Oh mooie meisje, zag jij mij ook staan? Ik was die verlegen jongen, ergens achteraan maar wist niet wat te doen in die zomer, van negentien toen (Vers 2) In mijn gedachten liep ik naar je toe Ik stelde mij voor en hoorde hoe jij zachtjes lachte om mijn naam We praatten over niets en toch leek alles plotseling vanzelf te gaan Alsof de wereld even zweeg Ik zag ons lopen langs de waterkant De zon verkleurde, wij hand in hand Jij vertelde mij je dromen en ik vertelde jou de mijne, ongeremd en onbevraagd Maar de zomer ging voorbij En jij bleef een meisje zonder naam (Refrein) Wie was je? Waar kwam je vandaan? Niemand kent je Wat was toch je naam? Wie was je? Waar stond toch je huis? Dikwijls denk ik Had je wel een thuis? (Vers 3) Nu loop ik met mijn stok en hond opnieuw daar door de straat Er is veel veranderd, behalve daar op die ene hoek Waar jouw blik de mijne kruiste, waar de tijd even stil bleef staan Opnieuw zie ik ons lopen, als een echo in mijn hoofd Ik ben je nooit vergeten, als een schaduw reis je met mij mee Wat was ik jong nog, zo onnozel, wat was ik groen Mocht het weer gebeuren, zou ik het anders doen Maar ik weet nu, en zo is het gegeven Het leven kent geen overdoen ♫ (Vers 4) In mijn oor hoor ik je praten In mijn oog zie ik nog steeds je lach En als ik loop hier door de straten, dan loop je met me mee En ik vraag dan: (Refrein) Wie ben je? Waar kom je toch vandaan? Niemand kent je Wat is toch je naam? ♫ (Outro) Zomer negentien toen (End) ----/ Lyrics & composition © Bedhippie, 2026. All rights reserved.