Lieve dakloze vriend. Ik heb je vaak om advies gevraagd. Ik ben volledig door de mand gevallen. Je hebt mijn hart geraakt, maar niet nadat je het brak. Weetje vriend… Ik ben echt door de mand gevallen, zei ik je gister door de foon. We spraken als twee wijven, ouwe hoeren, daar kom ik nog op terug. Maar zo spraken wij gewoon. Ik moet een podium op en ik ga voor aap. Ik krijg geen letter op papier en ik ben letterlijk teveel op dit moment door en voor de shitshow hier het leven dat wij leven. Smeekte ik eigenlijk serieus. Die telling hier niet als nummertje en hij kent mij als kneus. Hoe pak ik het aan maat? Je BENT de straat en daarnaast ik ben zo blij dat ik je ken… Ik heb ons nodig, snap je het nou eindelijk mijn vriend? Is het dapperste woord hier niet help? Zonder rijmerij moet ik verder gaan. En je adviseerde mij. Ik heb jou niet verdiend. Want jij lieve dakloze, jij hebt voor mij klaar gestaan. Door jou, mij or Professie door de mand gegaan. En ja, wat je zei. We komen hier doorheen. Het komt goed. Mind set. Hoe creëert een schepsel het vermogen om zijn mind zo scherp te houden dat je een doel bereikt. Het is een goede vraag die elke dakloze bezigt. Ook mij. Wij hebben erom gevochten. Daklozen zijn immers dierlijk niet? Als honden bejegent en we leefden in een bos. Die lieve dakloze aan wie ik hier schrijf die was rauw en eerlijk met mij en eerlijk… Mijn beste vriend. En we hebben problemen. Grote ook. Ik ken zijn hart en hij het mijne en God wat zijn onze werelden verschillend en toch zo noodgedwongen samengekomen. Want ik zei jou lieverd… Wat moet ik nou met die boodschap die jullie al maanden verguizen, namelijk we doen ertoe! En waar we niet naar hebben kunnen leven. En wat we probeerden. En hoe we streden op onze hoer, de straat die alles weet en je kent mij maat. Ik huil om een stoere scheet en hoe jouw kloteleed mij naast elkaar deed staan of nee. Je weet wat ik bedoel. Jullie veegde mij op en ik kreeg gevoel. Eindelijk het gevoel dat ik ertoe deed. Omdat ik door mijn doelgroep van de straat geveegd werd en op mijn benen gezet en zo. Je weet het he… Zo leerde vechten! Ik vocht zelfs met jou, vuile rat waarom zit je vast!? Die straat! Ja, kijk die maakte dat van jou en jij dan met je 12 flugels aan mijn eerste dag en hoe we neus aan neus stonden en hoe onze straat als dame der genooit, want de straat doet ook nog mee, hoerdrij lijkt oke, jij mij confronteerde met de feiten. Ik werkte dan wel ‘top duizend’ criminelen via een sjieke tent. Maar jou kon ik niet temmen, jij was een echte vent. Ik lachte je uit, recht in je bek. Jij vond mij te min en knettergek en ik jou een dappere held met een klein hartje dat eigenlijk gewoon huilt om zijn kind… En we kregen beide gelijk. Want, alleen al het idee dat ik zoals in de Amerikaanse soapseries van vroeger met een stelletje gedetineerde daklozen lig te bellen en daarnaast ook nog een advies vraag voor HIER dit moment. He, weet je nog die pizza in te weinig stukken voor te veel mensen en altijd te weinig geld. Of die keer dat je voor mij roadrunner Miep Miep rende omdat ik helemaal stuk zat te gaan op mijn trauma’s en hoe mijn makelaar jullie uiteindelijk als stigma de tent uitvocht en ik hier dus sta… Nadat ik jou huilend aan de telefoon heb gehad en je zegt en je onderbreekt want ik heb je gevraagd… Leer. Mij. Luisteren. Luisteren. Ho, dakloos heet. Huilend zei ik, de straat weet alles kerel en vrouw jij, ze is en was niet romantisch en toch ook weer wel. Ze danst, ze gaat, ze kent elke voorbijganger, als kind telde ik haar tegels, ze weet wat van iedereen en ook iedereen loopt over haar heen maar zij die met haar leven kennen haar geheimen kerel en die geheimen ben ik zo moe want we hebben zo gestreden tegen systemen en die systemen en ik en ik en ik en ik… Je slaat weer door… Dat zei je vaak. Je hebt gelijk. Ik luister… Onderbreek mij maar en vertel wat je nog meer te ouwehoeren hebt want ik hoor je zo graag. You did count me in did you know. En je lachtte zo hard. En ik geniet want mensen kennen je nauwelijks vriendelijk en ja… je moet je kennen om te weten waarom en je klets zo lekker als ik je laat gaan. Maar eigenlijk kwam je met een heel simpel verhaaltje. Gewoon lekker toot he point. Want ik kon wel met jou leuren naar directeuren en van hoge bomen tot aan terug weer naar die verdomde stoeprand waar ik dan huilend zit te bidden met jouw hand op mijn schouder die ik eraf vecht omdat je knettergek. Echt wordt van mijn psychologieen en de werkelijkheid van ons leven waar jij mij dan weer voor haat… Haatte, want je weet dat ik van je hou. Ik haat van je dan. Ergens was het wel romantisch toch… Ik moet mij ergens aan vast kunnen houden wel dit op zijn minst een beetje geteld hebben en ik… Ik ben zo bang voor je advies. Want je was spot on. Zoals ik van jou mindset heb geleerd. A cross on our nek, nooit or backs, uitgeleerd.