
Te Dakloos voor Woorden... 🔝
Geen slot. Geen begin. Maar altijd al ik. Dakloos veertig en ik stik. Ik besta uit twijfel, loop op los zand Hersenen hallo iemand daar, maar m’n hart blijf ik klaar Ze zeggen: ‘je denkt te veel’, ik zeg: ‘nee, ik voel te scherp’ Heb geen filter, dus ik vang wat de wereld uitspuwt — vers en versplinterd. Maar ik draag Zijn straat en vraag mij niet waarom. Ik bad. Kreeg broden en absoluut. Geen steen nog stem. Alleen Hij die staat. Ben ‘t meisje en de felle schel en onderduiken dan in eigen hoofd maar ik dus ook die vrouw die opstaat en liefde belooft met niet poetsen maar verdorven nullen Geen lullen. En wie zei pot? De straat is genderloos en mijn naam Koos werkeloos Ben dieper dan trauma, slapeloos geloofd, helderder dan een scan. Ik kies koos speet en ken. Ze zien m’n schade — mens toch zie hoe ik dat ben. Maar ooit anders was different I still try en stem talen af But do not ask me why. Ik dakloos ben. Jup, ik ben van hen. Elke dag is ondergaan Elke nacht een overgaan Ik blijf staan Want ik weet: zelfs m’n vallen is bestaansrecht waard Ik onderga dus ben ik Niet omdat het moet, maar omdat ik voel Ik ben storm, ik ben stilte Ik ben Tas, duo dubbel. Op en ik ben allang nooit niet meer koel Ik onderga dus ben ik Laat alles maar dansen met m’n pijn Want wie mij leert kennen weet dat licht schijnt door breuken van steen En dan bezit ik er geen maar ik ben Ik schrijf zonder lijn, maar mijn flow is recht Richt m’n pen als gebed, gooi beats op m’n slecht Verloor m’n gezin, maar vond de rand en zeiden ze 'kankerwijf' — ik zei: *dan ben ik dat dan?* Mijn twijfel is zuiver, mijn haat is getemd ik ben niet genezen, maar ik ben ook niet bekend door elke breuklijn elke laag m’n gezicht roept de hemel: kind, jij vergeet en hebt wat slecht zicht maar ik geef je trouw. Zelf met ogen dicht Soms wil ik vluchten, soms schreeuw ik stop Dan zwijg ik weer dagen met m’n hand op m’n kop Dan bid ik voor de bende. De besturen. De neppers en naaiers en paaiers en wel ontelbaar schatten. Met ratten erbij. Legioenen om toch menselijk te zijn. God vroeg mij nooit. Hij gaf slechts veel. De ik teveel dakloos en stigma afgezakt teveel is. En zo was ook mijn Heer als een Vos geen hol toebedeeld. Enig idee hoe Ik onderga dus ben ik Niet omdat het moet, maar omdat ik voel Ik ben Tas, dichter geen werker en geen doel. Of van systemen die mjj kraakte en ik wens. Trust. Trast. En welterusten. Stiekem stof als mens. Slaap is ook een wens maar waar. Ik onderga dus ben ik pijn in alles Geen waardigheid of grenzeloos Laat ons maar dansen met dit zijn Want wie ons leert kennen weet dat licht schijnt door breuken en geen huizen En dat daklozen en verslaafden, ik weerhield er geen, mij braken met liefde. En de kerk predikt kruizen. Ik bestuif. Bouw. Bruggen. Geen plan. Loopt over ons probleem. En dat is mijn gebed, I beg you and my name is Tas in engels dan gebeden Want vele daklozen onderscheden zoals ik niet eerder zag of kon schrijven. Alleen. Als lijk en dan lijkt het nog wat... Op papier een nat stuk krant en we gooien het weg. Dood en gratis begraven. In de krant laten we daar dansen dan. Te dakloos voor woorden En God die alles hoorde... Wat kan een mens nog zeggen dan?

