
[Intro] Abraham Kuyper [Verse 1] In 1837 kwam hij ter wereld, een kind van geloof en van hoop. Hij leerde de mensen te zien, met liefde voor arm en voor rijk. Hij sprak over recht en gerechtigheid, over vrede en over moed. En waar hij ook kwam op deze aarde, bracht hij licht in de duisternis. [Chorus] Oh Abraham Kuyper, jouw stem klinkt nog steeds door de tijd. Jij liet ons zien dat geloof en leven samen kunnen gaan, hand in hand. Oh Abraham Kuyper, jouw woorden blijven ons dragen. Want wie met liefde voor zijn medemens leeft, zal altijd een spoor achterlaten. [Verse 2] Hij bouwde scholen en ziekenhuizen, plaatsen waar mensen weer mocht hopen. Hij zei: “Geen mens staat alleen,” elke ziel heeft waarde en recht. Hij vocht voor de zwakken en armen, voor werk en voor menselijke waardigheid. En hij leerde ons dat het geloof niet alleen in de kerk thuishoort. [Bridge] Niet alleen spreken, maar ook doen, niet alleen dromen, maar bouwen. Dat was zijn roeping, dat was zijn weg, voor God, voor Nederland, voor de wereld. [Chorus] Oh Abraham Kuyper, jouw stem klinkt nog steeds door de tijd. Jij liet ons zien dat geloof en leven samen kunnen gaan, hand in hand. Oh Abraham Kuyper, jouw woorden blijven ons dragen. Want wie met liefde voor zijn medemens leeft, zal altijd een spoor achterlaten. [Outro] En als wij vandaag verder lopen, dan horen wij nog steeds zijn roep: “Leef met geloof, leef met liefde, en laat geen mens achter.”

