Ik zou willen dat ik mensen kon doen laten begrijpen. Niet door een simpel liedje, maar door ze echt te laten kijken. Dwars door daken heen, waar je zelf in mag wonen, heb ik een geen. En snak ik van die warmte die jij behuist. Maar word ik behandeld als gein. [Couplet 1] We're born naked and we’ll be always dust. Maar wat is er gebeurd met vertrouwen, man? Ik vind het op de straat. Is this trust? Ik leer van lotgenoten die niks hebben, maar me leren rekenen. Count me in, or count me out. Wat is van mij? Wat is van jou? Wie hoort erbij, en waar val ik buiten? Waar kan ik heen? Waar kan ik plassen? Waar moet ik douchen? Waar haal ik m’n ticket? Waar mag ik eten? Mag ik hier wel komen? Kan mijn auto hier wel staan? Is dit gesprek wel handig, of kan die persoon dit echt niet aan? [Couplet 2] Zoveel vragen, en de antwoorden blijven liggen. We klagen, maar zoeken niet we struinen en we zwerven, net als de daglozen waar ik toe behoor. God, maak van mij een lied, want ik knal helemaal door. I want purpose. I want choice. I didn’t choose the shame. They took it as a blame. I died but actually I rose. And the heaviest chain wasn’t pain, but feeling ashamed. Because society framed, and it isn’t me. But the problem is, I can’t even see. Waar kan ik heen? Waar kan ik slapen? Waar hoor ik thuis? Wie houdt me vast als ik verdwijn? Waar kan ik plassen? Waar mag ik eten? En wie zegt mij: “Kom binnen, mens, je bent van mij.” Want waar jouw dak je behuist, beveiligt en de rust biedt die je nodig hebt, lig ik te verlangen. En ik weet niet in welk bed, maar het doet pijn. Want je zegt aan me te denken maar hé… die sleutel, welke steen because I want to rock.