
De Laurenskerk in Rotterdam
[Verse] Het begon in de vijftiende, met stenen en troon, Laurenskerk op z’n rug, boven steden gewoon. Gebouwd voor de heiligen, over tijden gehard, Het hart van Rotterdam, waar de echo niet verward. [Verse 2] Iedere steen draagt het verleden, geboeid, Vuur en bombardementen hebben nooit geroeid. De oorlog kwam langs, probeerde haar te slopen, Maar de toren bleef dromen, eeuwig blijven hopen. [Chorus] Stormvogel op de straten, wij lopen rond, Met vrienden en familie, ons hart verbonden. Urban Walk door winden, langs golven zo diep, Bij de Laurenskerk voel je wat tijd niet versliep. [Verse 3] De klokken zingen liedjes van een eeuwig bestaan, Hun echo weerkaatst, over stad en de maan. In haar schaduw vertelden de mensen verhalen, Over tranen, kreten, en glorieuze kale dagen. [Bridge] De toren uitdagend, met trots op haar kroon, Wijn in de wind, een gids voor ons station. Kijk omhoog, voel de geschiedenis ademen, Rondleidingen door tijd, we blijven harten laden. [Verse 4] Onze groep acht, de jeugd vol nieuwsgierigheid, Rond de heilige hallen, tussen waarheid en tijd. Stormvogel leidt ons, met stappen die wij volgen, Met Laurenskerk als gids door luchten die geen wolken.

