Zwart Gat – Jeweettog Ik ben niet donker, ik bén de grens, waar licht besluit niet meer terug te gaan. Zwart gat… of gewoon m’n hart zonder naam. Ze zegt: “Je zuigt me leeg,” ik zeg: “nee – ik maak je licht vrij.” Alles wat verdwijnt in mij wordt eeuwig – nooit voorbij. M’n woorden draaien om je heen, satellieten van verdriet, ik slik je stem, je adem, en vergeet wie ik ben – maar jij niet. Tijd buigt, m’n lichaam kromt, ruimte trilt als huid, de trek van verleden maakt m’n toekomst kruid. De stilte zingt, duisternis ademt, ik ben geen mens meer – ik ben de adem die niemand draagt. Elke liefde ging orbit, te dicht, te heet, tot de hitte alles opvrat wat nog weet. Maar in dat niets hoor ik m’n ziel zacht: “Misschien is leegte geen verlies, maar kracht.” Ik ben dat zwart gat – ik slok maar ik geef, ik breek maar ik zweef, ik trek maar ik leef. Alles wat je kwijt bent komt terug in m’n mist, want zelfs licht vindt vrede waar het vergeten is. Ik ben dat zwart gat – in vlees en geest, tussen verlangen en verlies – daar waar jij leest. Ik ben die trek, dat gat, dat eeuwig pad, en jij? Jij bent de laatste adem die ’t vat. Ze kruipt dichterbij, fluistert “ik voel de diepte,” ik zeg “kom, verdwijn, hier eindigt liefde.” Maar ze weet niet – ik laat niet los, wat ik raak, verdwijnt, niet uit haat – uit trots. Ik ben geen man, ik ben singulariteit, elke kus een implosie van moraliteit. Tranen vallen als meteorieten langs m’n wang, ik tel ze niet, ik vang ze met m’n tang. M’n huid ruikt naar vacuüm, m’n hart naar angst, ik adem licht in en spuug duisternis langs. Zij zegt: “waarom zo zwaar?” Ik lach: “wat jij liefde noemt, is mijn zwaartekracht, ja.” Er is geen uitweg, niet voor licht, niet voor spijt. Wie te dicht komt, wordt tijdloos – event horizon. Misschien is verdwijnen gewoon een andere vorm van blijven. Leegte is geen vijand meer, het’s de plek waar ik herboren keer. Ik ben ’t gat dat in de spiegel kijkt en zegt: “Misschien ben ik niet zwart, jij bent gewoon te bleek.” Ze willen kleur, ik geef contrast, ze willen liefde, ik geef ruimte die past. Want wie me echt voelt, verliest gewicht, en dat is waarom ik zeg: kom dichter bij m’n licht. Ik ben dat zwart gat – ik slok maar ik geef, ik breek maar ik zweef, ik trek maar ik leef. Alles wat je kwijt bent komt thuis in m’n mist, zelfs God kijkt weg wanneer Hij dit ziet. Ik ben dat zwart gat – ik hou van wat valt, ik ben de stilte die jou overschalt. Geen hemel, geen hel – alleen m’n pad, waar niets meer is… behalve dat. Zwart gat… of gewoon m’n hart, zonder grens, zonder tijd.