
Titel: De Koning van de Wals (Король вальса)
Couplet 1: In Maastricht daar begon het, een kleine viool, Een jongen met een droom, die speelde zich vrij. Hij keek naar zijn vader, hij hoorde de klank, Maar wilde niet stijven in statische rang. Hij zag dat muziek alle harten kan raken, Moet lachen en dansen, niet eenzaam verkwaken. Refrein: Oh, André Rieu, jij koning van de wals, Laat de hele wereld draaien in een sierlijke dans. Met jouw strijkstok tover je, één, twee, drie, Geluk en verdriet gaan voorbij als een zucht. De zaal wordt een tuin vol muzikaal goud, Jij brengt ons het Wenen dat iedereen houdt. Couplet 2: Het orkest Johann Strauss, dat begon met een twaalf, Nu vijftig man sterk onder jouw rijzende kracht. Marjorie, je liefde, staat altijd dichtbij, De kinderen, de kleinkinderen – thuis ben je blij. Je speelt voor de mensen op ’t plein en de arena, Geen koninklijk hof, maar een warme verleena. Refrein: Oh, André Rieu, jij koning van de wals, Laat de hele wereld draaien in een sierlijke dans. Met jouw strijkstok tover je, één, twee, drie, Geluk en verdriet gaan voorbij als een zucht. De zaal wordt een tuin vol muzikaal goud, Jij brengt ons het Wenen dat iedereen houdt. Bridge: Van de Donau tot Maastricht, van Tokio tot L.A., Jouw deuntjes doen vergeten wat pijn doen mag. Geen strenge symphonie, geen geboden rust, Hier mag de voet wippen, hier mag de glimlach – met lust. Refrein (langzaam naar einde): Oh, André Rieu, blijf de koning van de wals, Tot de laatste noot klinkt in de sterren overal… — Eindigt met een lange strijkstoktoon en applaus

