
Hallo meneer de Uil, waar brengt u ons naartoe? Naar Fabeltjesland? Ja, ja naar Fabeltjesland. En leest u ons dan voor uit de Fabeltjeskrant? Ja, ja uit de Fabeltjeskrant. Want daarin staat precies vermeld hoe het met de dieren is gesteld. Echt waar? Echt waar! Echt waar meneer de Uil? Dieren zijn precies als mensen, met dezelfde wensen en streken. Ze lachen, ze huilen, ze maken ruzie, ze helpen elkaar en doen soms een beetje flauw. Er is Lowieke de Vos, die slim en slim is, en Juffrouw Ooievaar die altijd vliegt. Meneer de Ezel, die zo koppig kan zijn, en Kleine Beer die droomt van honing zo fijn. Hallo meneer de Uil, vertel ons nog een verhaal. Uit de Fabeltjeskrant, ja, ja uit de Fabeltjeskrant. Want Fabeltjesland is een plek vol plezier, waar elke dag een nieuwe les is. Echt waar? Echt waar! Echt waar meneer de Uil? (herhaal refrein 2x)

