[Verse] Op zestien, bij Marieke thuis, op de bank aldaar Kletsen we wat, totdat ik ineens badmeester Smeets zag daar Langs het raam, onwetend van mijn diepe schrik Traumatisch schoolzwemmen, waar ik nog steeds van hik [Verse 2] Smeets! briest ik uit, wat een nare man! Jarenlang nachtmerries, door zijn duw van de plank! Zwemmen haten, dankzij hem, die tirannieke vent! De achterdeur zwaait open, en mijn hart bonst intens [Chorus] Binnen stapt een man, via de keuken, de kamer in En tot mijn stomme verbazing: het is Marieke's pa, haar kin! Badmeester Smeets dus, die ik net vervloekte met smart Staat nu voor me, met een glimlach, en ik word koud van hart