
Verloren muren
Ik kan nauwelijks geloven hoe het gebeurde, hoe het ineens overkwam en ik nog steeds treur. Ik verloor mijn muren, ik verloor mijzelf en verkoos het leven. Nu zie ik jou, want jij zag mij. ik kan nauwelijks geloven hoe het gebeurde, hoe het ineens overkwam en ik nog steeds treur. Ik verloor mijn muren, ik verloor mijzelf en verkoos het leven. Nu zie ik jou, want jij zag mij. Zag ik en U het eerder dan hoorde ik er nu nog bij maar het begin. Begon. Alleen. Samen? JIJ keek niet scheef. Dakloos persoon bij wie ik nu verbleef. Het jaar ging om en het was ook niet die van hen, Ik heb nog weinig woorden. Of een huis. Wel stem. Samen leven op straat is een leven op zich. Geen nest. Geen gemoed dat je toekeert en uit haar of zijn mond riekt en je groet. Maar nu... In onze streek. Ben ik dakloos temeer, maar het was jij... Die scheef naar mij keek. Alsof daarmee mijn trauma week. En ik breek want ik treur nog steeds. Tel mee in onze streek. Ik kan nauwelijks geloven hoe het gebeurde, hoe het ineens overkwam en ik nog steeds treur. Ik verloor mijn muren, ik verloor mijzelf en verkoos het leven. Nu zie ik jou, want jij zag mij. Ik kan de rest niet helder hebben want er gebeurde veel. Van hulpverlener naar deelnemer nasr straatraat en crimineel antisociaal te activistisch voor de waarheid. Teveel van niks. Vele immigranten, dealtjes, pandjes, tenten, leuren sleuren tussen bankjes, parken, functies, auto's, wat huizen, fietsen, parken en we kraakte zelfs een pand. Het gebeurde en ik treurde want dit lag niet in mijn hand. Dit is MIJN Nederland.... Ik sta erbij te kijken aan onderaan de rand. Ik kan nauwelijks geloven hoe het gebeurde, hoe het ineens overkwam en ik nog steeds treur. Ik verloor mijn muren, ik verloor mijzelf en verkoos het leven. Nu zie ik jou, want jij zag mij. Het s zover. Ik ben moe. Systeem getrapt, verstapt, bewerkt en het nooit gemerkt. Wel geloofd zelfs geleefd. Zoals mem klucht en merken. Verloor. Maar mijn wezen en kennis blijft kundig de ervaring té machtig. Verlies in vreze..niet ALLEEN, op de straat is mij dat dwars door stigma der nacht bewezen. Een dakloos brein beneemt dertig procent aan schade en en dat nam af ook van mij. En al werd ik verguisr van buiten en binnenuit. Hoor ik er beneden niet bij? En draag ik zelf bokshandschoentjes voor veilig thuis. Om mijn nek een kruis... Ben jij mijn Thuis. Hij. Die scheef naar mij keek. En daarmee mijn trauma week. En ik breek omdat ik ook in jouw trauma keek. Ik kan nauwelijks geloven hoe het gebeurde, hoe het ineens overkwam en ik nog steeds treur. Ik verloor mijn muren, ik verloor mijzelf en verkoos het leven. Nu zie ik jou, want jij zag mij. Pas toen ik dakloos werd hoorde ik erbij. Op iets wat leven leek.

