
[Intro] (vers 1) In het schaduwlicht van Bas’ verbitterde pen, Waar woorden snijden als messen, keer op keer, Schuilt een hart, gehard door cynisme en pijn, Een blogmaster, een eenzame strijder, zonder meer. (vers 2) Koningsdag, een dag van holle pracht en praal, De massa juicht, terwijl Bas’ ogen rollen, Hij doorgrondt de façade, de lege parade, En zijn hart blijft koud, als versteende bollen. (vers 3) Maar daar, in het zonlicht van die oranje dag, Staat een meisje, klein en fijn, als een elf, Met bloemenkroon en ogen vol verwondering, Ze glimlacht, en Bas’ hart smelt, als een droom zelf. (vers 4) Ze plaatst de kroon op zijn hoofd, met zachte hand, En fluistert: “Majesteit, alstublieft, draag hem trots.” Bas’ scherpe pen valt stil, zijn cynisme verdampt, Want hoop, zo blijkt, kan zelfs een blogmaster verlossen. [Outro] Koningsdag, niet langer een illusie van pracht, Maar een moment van verzachting, van verbinding, Bas van Vuren, ooit een eenzame strijder, nu een koning, Met een bloem (fade to silence)

