Ik sta op, maar zij is er niet. Ik ga naar mijn werk, maar ook daar tref ik haar niet aan. Sommigen hebben zelfs nog nooit van haar gehoord. Ik vraag me af hoe ze eruitziet. Ik ga op zoek – ik vermoed haar hier, voel haar daar – maar telkens krijg ik te horen dat ze alweer vertrokken is. Ik wil haar slechts één keer aanraken; ik wil haar slechts één keer voelen. Maar ze is er niet. Dus dwaal ik rond, zonder haar te vinden. Aan de waterkant ontmoet ik een oude vrouw. Ze glimlacht naar me, pakt mijn hand en zegt: "Luister – luister diep in jezelf. Ze leeft niet in de buitenwereld. Ze is in jou. In je hart." Het besef daalt in, een warmte stijgt op, een zacht gezoem begint – gevoelens die niet willen zwijgen. Het is alsof ik muziek hoor. Ik glimlach, vervuld van vreugde; nu hoef ik niet langer naar haar te zoeken. Ze was er al die tijd en is nooit weggegaan. Ze zat in mijn hart, op een veilige plek. Nu straalt ze helder en vol kracht – de liefde die al het leven schept. De liefde die al het leven schept.


