
[verse 1] Geen kroon. Geen huis van steen. Een kind ligt in het stro. Klein en stil. De nacht is koud. De wereld groot. [Chorus] Dit feest is niet voor macht. Niet voor wie boven staat. Het licht kwam voor de kleinen. Voor wie niemand ziet of vraagt. [verse 2] Geen leger bij de deur. Geen stem die zegt: zo moet het zijn. Alleen wat adem. En hoop. Heel klein. [Chorus] Dit feest is niet voor macht. Niet voor geld of groot gelijk. God kwam als een kind. Arm. Zonder schild. [guitar solo] [verse 3] Nu roepen mensen zijn naam. Hard. Vanaf hoge stoelen. Ze sluiten deuren. Trekken lijnen. Zeggen: hier hoor jij niet. [Chorus] Maar wie macht zoekt met Kerst Heeft dat kind niet gezien. Wie anderen wegduwt Is aan die stal voorbij gegaan. [Bridge] Hij stond bij wie niets had. Bleef bij wie alleen was. Niet bij de troon. Maar op de vloer. [Last Chorus] Kerst is geen vlag. Geen wapen. Geen muur. Het is een vraag. Zacht gesteld: Wie laat jij binnen? [Outro] Een kind. In het stro. Meer was het niet. Meer is het nog.

